De huidige versie van socio-demografische kenmerken, inclusief verantwoording, is de volgende.
1.
Wat
is uw geboortejaar? 19... ...
2.
Wat
is uw geslacht?
o
Man
o
Vrouw
3.
Welke
vooropleiding heeft u gehad?
o
ASO
o
TSO
o
BSO
o
KSO
o
Andere:
…
Het antwoordmogelijkheid ‘Andere:
…’ is toegevoegd voor studenten uit het buitenland waar het onderwijs mogelijk
anders gestructureerd is.
4. Welke studierichting volgt u
momenteel?
o
Politieke
wetenschappen
o
Sociologie
o
Communicatiewetenschappen
o
Geschiedenis
o
Ontwerpwetenschappen
o
Andere:
…
5.
In
welk jaar zit u? (Indien u vakken heeft uit meerdere jaren, duidt u het laagste
jaar aan)
o
1ste
Bachelor
o
2de
Bachelor
o
3de
Bachelor
o
Master
o
Schakelprogramma
6.
Hoeveel
broers en/of zussen heeft u?
§
Broer(s):
…
§
Zus(sen):
…
7.
Wat
is het hoogste behaalde diploma van uw ouders/voogd?
§
Vader:
…
§
Moeder:
…
§
Voogd:
…
8.
Wat
is de burgerlijke stand van uw ouders?
o
Getrouwd
o
Gescheiden
(of in een echtscheidingsprocedure)
o
Samenwonend
o
Alleenstaand
o
Verweduwd
o
Andere:
…
Het antwoordmogelijkheid ‘Nieuw
samengesteld gezin’ is vervangen door ‘Andere: …’. Er is ook een discussie geweest
om een onderscheid te maken tussen moeders en vaders, maar deze
antwoordmogelijkheden leken volgens mij en Jolijn alles te omvatten. Degene
waarvoor deze antwoordmogelijkheden toch onvoldoende zouden zijn, kan zijn situatie
bij ‘Andere: …’ neerschrijven.
9. In welk(e) stad/dorp woont u?
Geef tevens de postcode. (Indien je op kot zit, vermeld je beide)
§
Domiciliëring:
…
§
Kot:
…
10. Wat is uw huidige woonsituatie?
o
Alleenwonend
o
Inwonend
bij ouders
o
Samenwonend
met partner
o
Samenwonend
met partner bij ouders
Het antwoordmogelijkheid ‘Kot’ is
geschrapt, omdat we dit reeds in de vorige vraag te weten komen en kotstudenten
zeiden dat ze in dit geval ‘Inwonend bij ouders’ zouden aanduiden.
11. In welk land bent u geboren?
…………………………………………………………….
12. In welk land zijn uw ouders
geboren?
………………………………………………………………
13. Hoe sterk is de band met uw
ouders? Omcirkel het juiste antwoord.
|
Onbestaande
1
|
2
|
3
|
4
|
Zeer sterk
5
|
14. Heeft u een gelovige opvoeding
gehad? Omcirkel het juiste antwoord. (Met gelovig bedoelen we of geloof een
centrale rol heeft gespeeld tijdens uw opvoeding)
|
Zeer gelovig
1
|
2
|
3
|
4
|
Totaal niet gelovig
5
|
Boven nummer drie stond ‘neutraal’,
maar proefpersonen zeiden dat dit verwarrend was en beter werd geschrapt.
15. In wat voor school heeft u uw
lager en secundair onderwijs gevolgd? (Zet een kruisje in het juiste vakje)
|
|
Lager onderwijs
|
Secundair onderwijs
|
|
Katholieke school
|
|
|
|
Jezuïetenschool
|
|
|
|
Gemeenschapsonderwijs
(gemeentelijke/provinciale scholen)
|
|
|
|
Protestantse school
|
|
|
|
Joodse school
|
|
|
|
Steinerschool
|
|
|
|
Freinetschool
|
|
|
|
Montessorischool
|
|
|
|
Andere, namelijk
|
|
|
16. Welke levensbeschouwelijke
rituelen heeft u reeds ondergaan? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk)
o
Doopsel
o
Communie
o
Plechtige
communie
o
Lentefeest
o
Bar
mitswa
o
Trouwen
in een religieuze instelling
o
Geen
enkel levensbeschouwelijk ritueel
o
Andere:
…
‘Religieuze rituelen’ is
vervangen door ‘levensbeschouwelijke rituelen’, omdat dit ruimer is.
17. Wat voor soort student(e) bent u?
o
Jobstudent(e)
o
Werkstudent(e)
o
Student(e)
zonder bijverdienste
‘Full-time student(e)’ is
vervangen door ‘Student(e) zonder bijverdienste’, omdat proefpersonen ‘Full-time
student(e)’ een verwarrend antwoordmogelijkheid vonden.
18. Naar welke partij gaat uw
voorkeur uit? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk)
o
N-VA
o
CD&V
o
Open
Vld
o
Sp.a
o
Groen
o
Vlaams
Belang
o
Union des Francophones
o
PVDA
o
Weet niet
o
Geen
antwoord
o
Andere:
…
‘Meerdere antwoorden zijn
mogelijk’ is toegevoegd, omdat sommige proefpersonen de nood hiertoe voelden.
19. Wat is uw seksuele geaardheid?
o
Heteroseksueel
o
Biseksueel
o
Homoseksueel
o
Geen
antwoord
20. Heeft u een partner?
o
Ja
(Hoelang heeft u al een relatie met
hem/haar? ..................................)
o
Nee
(Ga naar vraag 24)
Zo ja, heeft uw partner dezelfde
levensbeschouwing als u?
o
Ja
o
Nee
(Welke levensbeschouwing heeft
hij/zij? ...............................)
o
Weet
niet
o
Geen
antwoord
‘Ga naar vraag 24’ is toegevoegd
om het verloop van de vragenlijst duidelijker te maken.
21. Heeft u al conflicten gehad met uw
partner in het kader van levensbeschouwing?
o
Ja,
dit conflict ging over:
..................................................................................................
o
Nee,
wij hebben hier geen conflicten over, omdat: ……………………………………..
o
Geen
antwoord
De antwoordmogelijkheden ‘Nee,
wij spreken hier niet over’, ‘Nee, wij hebben dezelfde mening omtrent
levensbeschouwing’ en ‘Nee, andere reden namelijk …’ zijn samengevoegd tot ‘Nee,
wij hebben hier geen conflict over, omdat: …’ om meer duidelijkheid en eenvoud
te creëren.
22.
Indien u levensbeschouwelijke conflicten heeft
met uw partner, hoe gaan jullie hiermee om? ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
23. Verwacht u levensbeschouwelijke
conflicten met uw partner in de toekomst?
o
Ja,
dit conflict zal gaan over: .................................................................................................
o
Nee
o
Weet
niet
o
Geen
antwoord
24. Bent u van plan om ooit te trouwen?
o
Ja
o
Nee
o
Reeds
getrouwd
o
Weet
niet
o
Geen
antwoord
Het antwoordmogelijkheid ‘Reeds
getrouwd’ is toegevoegd, omdat een proefpersoon hier nood aan had.
Oorspronkelijk dachten ik en Jolijn dat jongeren van onze leeftijd nog niet
getrouwd zouden zijn, maar onze proefpersoon bewees ons ongelijk.
Zo ja, zou u willen trouwen/bent
u getrouwd in een religieuze instelling? (Bijvoorbeeld in een kerk, moskee,
synagoge...)
o
Ja,
ik wil trouwen/ben getrouwd in (soort van religieuze instelling)
...................................................................., omdat
...................................................................................
o
Nee,
ik wil niet trouwen/ben niet getrouwd in een religieuze instelling, omdat
…...........................................................
o
Weet
niet
o Geen antwoord
‘Religieus huis’ is vervangen
door ‘religieuze instelling’, omdat deze formulering mij en Jolijn duidelijker
leek.
Algemene verantwoording
socio-demografische kenmerken
Onze
onderzoeksvraag is ‘Tradities als referentiekader bij jongeren tussen 20 en 35
jaar’. Hierdoor is het cruciaal de leeftijd van onze respondenten te weten. Het
doel is namelijk tradities bij de digital-nativescohorte te onderzoeken. Een
cohorte is een concept om een groep mensen te omschrijven die een
tijdspecifieke gedeelde (culturele) invloed hebben doorgemaakt. De mensen die
geboren werden met de opkomst van de digitale wereld en de geïndividualiseerde
samenleving behoren tot de digital-nativescohorte. Dit wordt ook de Y-generatie
genoemd. Ze bestaat vandaag uit 76 miljoen universiteitsstudenten en de mensen
die er deel van uitmaken zijn behendiger in technologie en communicatie dan hun
ouders.
Door
het geslacht te bevragen kunnen we een onderscheid maken tussen tradities bij
mannelijke en vrouwelijke studenten. Er is ook een samenhang tussen gender,
religieuze tradities en socio-culturele contexten. Zo gaat het vak ‘Religion
and Gender’ van dr. M.A.C. de Haardt aan de universiteit van Tilburg over de
invloed van gender op de inhoud, vormgeving, symbolen en studie van religie.
Door
de vooropleiding, studierichting en jaar te bevragen kunnen we het effect van
opleiding op tradities nagaan. Met
dezelfde reden vragen we ook naar het hoogst behaalde diploma van de vader en
moeder. Deze vraag is geïnspireerd door de Nederlandse versie van de issp. Onderwijs
en religie zijn twee belangrijke instituties in onze maatschappij. De studie
van Hungerman toont aan dat één extra jaar opleiding leidt tot een vermindering
van vier percentagepunten in de waarschijnlijkheid dat een individu zich
identificeert met een religieuze traditie. Dit geeft volgens hem het bewijs van
de secularisatie. Onze doelgroep voor de vragenlijst zijn de studenten die het
vak ‘Levensbeschouwing en Samenleving’ van professor P. Loobuyck volgen. Deze
studenten zijn afkomstig uit politieke wetenschappen, sociologie, communicatiewetenschappen,
ontwerpwetenschappen en geschiedenis. Ten slotte zullen de meeste van deze
studenten in de derde bachelor zitten.
Vervolgens
willen we inzicht krijgen in de demografische achtergrond van de respondenten.
Dit doen we door te vragen naar nationaliteit, woonplaats en huidige
woonsituatie. Hierdoor kunnen we na afname van de vragenlijst een eventuele
correlatie vinden tussen de demografische achtergrond en het levensbeschouwelijke
profiel van de studenten.
Daarnaast
zijn er vragen over de rol van levensbeschouwing in het gezin van de
respondenten. Dit kan bijdragen tot informatie over hoe de respondenten hun
huidig levensbeschouwelijk profiel ontwikkeld hebben. Hierbij sluiten de vragen
over hun gezinssituatie aan. We hopen ook meer over de opvattingen van de
respondenten te weten door hun voorkeurspartij te bevragen. Stemmen behoort
namelijk tot de leefwereld van 21-jarigen. Er werd getwijfeld om ook het
ziekenfonds te bevragen, maar dit vonden we onvoldoende aansluiten bij de
leefwereld van 21-jarigen. De lengte van de vragenlijst moet echter ook beperkt
blijven.
Ten
slotte willen we het verleden, heden en toekomst van de respondenten weten.
Voor het verleden vragen we welke levensbeschouwelijke rituelen de respondenten
reeds ondergaan hebben, welke rol levensbeschouwing in hun opvoeding speelde en
naar welk soort school de respondenten gingen. Het heden bevragen we via omgevingsfactoren,
welk soort student(e) de respondent(e) is, hun huidige partnerrelatie en
mogelijke levensbeschouwelijke conflicten in die relatie. De
toekomstverwachtingen van de respondenten bevragen we via hun verwachtingen in
verband met trouwen.
Met
uitzondering van vraag 7 die geïnspireerd is door de Vlaamse versie van de
issp, zijn alle vragen van het onderdeel socio-demografische kenmerken zelf
ontworpen. Ik en Jolijn hadden oorspronkelijk een vraag over hoe de respondent(e)
confrontaties met levensbeschouwing ervaart, maar we vonden deze vraag te vaag.
Om de lengte van de vragenlijst te beperken hebben we dan ook deze vraag
geschrapt. Veranderingen na afname van de vragenlijst bij proefpersonen staan
cursief onder de desbetreffende vraag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten