woensdag 29 oktober 2014

Werken presentatie (5)

Vandaag heb ik de bijeengevoegde tekst zeer goed nagekeken. Ik heb er voornamelijk nog enkele spellingfouten uitgehaald en wat details afgewerkt. Ik was namelijk de eindverantwoordelijke voor de tekst. Daarna heb ik de tekst samen met de actualiteitsbijlagen doorgestuurd naar de docenten. Tijdens de presentatie laten we een filmpje zien, maar deze was te groot om te e-mailen. Ten slotte heb ik mijn tekst voor de presentatie gestudeerd.

Mijn definitieve tekst is de volgende:
Traditie: uitgediept binnen het leeronderzoek
Er is een stereotype representatie van tradities binnen religies en filosofieën. De meesten zijn zich echter wel bewust van de variatie binnen de traditie waartoe ze behoren. Wanneer het over onbekendere tradities gaat is er de neiging om deze variëteit te negeren en om te stereotyperen. Dit kan een invloed uitoefenen op ons onderzoek. Studenten kunnen hierdoor namelijk het gevoel hebben dat ze niet voldoen aan het ideaalbeeld dat er gepresenteerd wordt, wat de sociale wenselijkheid bij de vragenlijst kan beïnvloeden.

Daarnaast leren studenten over tradities in verschillende situaties. Dit gebeurt voornamelijk in kerken, moskeeën , tempels en in het gezin. De cultuur waarin religieuze teksten worden gelezen beïnvloedt ook de manier waarop ze worden geïnterpreteerd. Verder dragen klasse, gender, etniciteit, opleiding en ervaring bij tot de manier waarop religies worden uitgedrukt. Door de evolutie naar een post-seculiere samenleving is het dus belangrijk om ons onderzoek in deze nieuwe culturele context uit te voeren (Berglund, 2014).

Sommige religieuze tradities worden ervaren als onderdeel van de natie. De strijd voor zichtbaarheid van bepaalde tradities in de publieke ruimte heeft daarmee te maken. Religie wordt namelijk ervaren als het onoverbrugbare verschil tussen stedelijke groepen. Sommige publiek religieuze vormen en rituelen zijn algemeen aanvaard als deel van de nationale cultuur. Dit heeft gevolgen voor de perceptie van religie in steden. Migratie heeft ook een sterke invloed gehad op het religieuze landschap van steden (Oosterbaan, 2014).

Verder zijn onderwijs en religie twee dominante instituties in onze maatschappij. Eén extra jaar opleiding leidt tot een vermindering van 4 percentagepunten in de waarschijnlijkheid dat een individu zich identificeert met een religieuze traditie. Dit cijfer is afkomstig uit een studie van Hungerman (2014). Volgens hem geeft deze studie het bewijs van de secularisatie. Dit is relevant, omdat onze vragenlijst enkel bij universiteitsstudenten wordt afgenomen.

Het beheer van religies verwijst naar de manier waarop moderne liberale staten hebben gereageerd op publieke religies en op de Islam. Het specifieke probleem van Moslim minderheden in niet-Moslim seculiere staten kan gezien worden als een aspect van een meer algemeen probleem over staat en religie in de moderne post-seculiere samenleving.

Traditie is ook onafscheidbaar van etnische identiteit. Hierdoor kan het debat over secularisatie en liberalisme niet gescheiden worden van burgerschap in multiculturele samenlevingen. Burgerschap en religie geven de sociale solidariteit die we nodig hebben. Ondanks de nood voor respect voor verschillende religieuze tradities worden liberale post-seculiere samenlevingen verhinderd om een beleid te ontwikkelen voor religieus beheer. Ze zijn namelijk meer geneigd om religie te bekijken als een private levensstijlkeuze (Turner, 2012).


Ten slotte kan er een cultuur van ongeloof heersen die de privatisering van religie bevordert. De scheiding van Kerk en Staat wordt vaak gezien als een scheiding van religie en overheid. Dit wordt soms ervaren als een verantwoording voor het verminderen van religie in de publieke ruimte. Sommigen zeggen ook dat de huidige legale behandeling van religie ongevoelig en verkeerd is. Een voorbeeld hiervan is het hoofddoekendebat (Zimmermann & Weinberger, 2012). 

dinsdag 28 oktober 2014

Groepsbijeenkomst presentatie 2

Vandaag zijn we om 11 uur samengekomen om onze presentatie af te werken. Dit is goed gelukt en er zijn duidelijke afspraken gemaakt. Zo maakt Laure een korte inleiding, aangezien zij begint te praten. Caroline maakt een kort besluit, aangezien ze de presentatie afsluit. Caroline zou de teksten op copy.com samenzetten en Julie zou de dia's die gereed staan op copy.com samenzetten. Morgenavond lees ik alles na en stuur ik de tekst, dia's en bijlagen door naar de docenten. Na de bijeenkomst zijn ik en Laure nog in de bib gebleven om onze dia's en tekst samen te zetten, aangezien we allebei over tradities gaan vertellen. We hebben ook een filmpje gemonteerd om tijdens onze presentatie te tonen. Ten slotte heb ik Caroline haar tekst nog goed nagelezen en verbeterd. Ik heb haar ook geholpen met een bibliografie. Onze presentatie is dus zeer goed aan het komen.

maandag 27 oktober 2014

Werken presentatie (4)

Vandaag heb ik mijn tekst en dia's afgewerkt. Zo is mijn deel klaar voor de groepsbijeenkomst van morgenvoormiddag. Ik heb de tekst van Laure gelezen die ook over tradities handelt. Haar tekst sluit zeer goed aan op die van mij. Ze vormt een soort inleiding voor mijn tekst. De laatste versie van mijn tekst en dia's heb ik opnieuw op copy.com gezet.

De tekst die ik nu heb is de volgende:
Stereotypering en culturele context
Er is een stereotype representatie van religies en filosofieën. Meesten zijn zich echter wel bewust van de variatie binnen de traditie waartoe ze behoren. Wanneer het over onbekendere tradities gaat is er de neiging om deze variëteit te negeren en om te stereotyperen. Hierdoor kunnen studenten vinden dat ze niet voldoen aan het ideaalbeeld dat er gepresenteerd wordt. Dit kan de sociale wenselijkheid bij de vragenlijst beïnvloeden.

Daarnaast leren studenten over tradities in verschillende situaties. Dit gebeurt voornamelijk in kerken, moskeeën , tempels en in het gezin. De cultuur waarin religieuze teksten worden gelezen beïnvloedt ook de manier waarop ze worden geïnterpreteerd. Verder dragen klasse, gender, etniciteit, opleiding en ervaring bij tot de manier waarop religies worden uitgedrukt. Door de evolutie naar een post-seculiere samenleving is het dus belangrijk om ons onderzoek in deze nieuwe culturele context uit te voeren (Berglund, 2014).

Traditie in de openbare ruimte en onderwijs
Sommige religieuze tradities worden ervaren als onderdeel van de natie. De strijd voor zichtbaarheid van bepaalde tradities in de publieke ruimte heeft daarmee te maken. Religie wordt namelijk ervaren als het onoverbrugbare verschil tussen stedelijke groepen. Sommige publiek religieuze vormen en rituelen zijn algemeen aanvaard als deel van de nationale cultuur. Dit heeft gevolgen voor de perceptie van religie in steden. Migratie heeft ook een sterke invloed gehad op het religieuze landschap van steden (Oosterbaan, 2014).

Verder zijn onderwijs en religie twee dominante instituties in onze maatschappij. Eén extra jaar opleiding leidt tot een vermindering van 4 percentagepunten in de waarschijnlijkheid dat een individu zich identificeert met een religieuze traditie. Dit cijfer is afkomstig uit een studie van Hungerman. Volgens hem geeft deze studie het bewijs van de secularisatie. Dit is relevant, omdat onze vragenlijst enkel bij universiteitsstudenten wordt afgenomen (Hungerman, 2014).

Traditie in de post-seculiere samenleving
Het beheer van religies verwijst naar de manier waarop moderne liberale staten hebben gereageerd op publieke religies en op de Islam. Het specifieke probleem van Moslim minderheden in niet-Moslim seculiere staten kan gezien worden als een aspect van een meer algemeen probleem over staat en religie in de moderne post-seculiere samenleving.

Traditie is ook onafscheidbaar van etnische identiteit. Hierdoor kan het debat over secularisatie en liberalisme niet gescheiden worden van burgerschap in multiculturele samenlevingen. Burgerschap en religie geven de sociale solidariteit die we nodig hebben. Ondanks de nood voor respect voor verschillende religieuze tradities worden liberale post-seculiere samenlevingen verhinderd om een beleid te ontwikkelen voor religieus beheer. Ze zijn namelijk meer geneigd om religie te bekijken als een private levensstijlkeuze (Turner, 2012).

Ten slotte kan er een cultuur van ongeloof heersen die de privatisering van religie bevordert. De scheiding van Kerk en Staat wordt vaak gezien als een scheiding van religie en overheid. Dit wordt soms ervaren als een verantwoording voor het verminderen van religie in de publieke ruimte. Sommigen zeggen ook dat de huidige legale behandeling van religie ongevoelig en verkeerd is. Een voorbeeld hiervan is het hoofddoekendebat (Zimmermann & Weinberger, 2012).  


bibliography




zaterdag 25 oktober 2014

Werken presentatie (3)

Vandaag heb ik mijn tekst en dia's zeer grondig nagelezen. Ik heb die enkel een klein beetje moeten aanpassen. Daardoor denk ik dat mijn tekst en dia's bijna goed zijn. Morgen zal ik nog eens alles extra controleren en hoop ik de presentatie af te werken.

vrijdag 24 oktober 2014

Werken presentatie (2)

Vandaag heb ik mijn tekst voor de presentatie verder uitgewerkt en verfijnd. Vervolgens heb ik de dia's voor mijn deel van de presentatie gemaakt. Julie heeft een interessant filmpje op copy.com gezet van Sofie Gheyssens en Lana Mortelmans. Het filmpje gaat over gelovigen op de UA en zal mij zeker helpen om mijn tekst nog verder te verfijnen. De vernieuwde versie van mijn tekst en dia's heb ik opnieuw op copy.com gezet om feedback van mijn groepsleden te krijgen. Ik vind persoonlijk dat ik mijn tekst nog meer moet verfijnen, zoals toepasselijkere tussentitels. Tot zover is er een zeer goed contact tussen de groepsleden.

De tekst die ik nu voorlopig heb is de volgende:
Stereotypering en culturele context
Er is een stereotype representatie van religies en filosofieën. Meesten zijn zich echter wel bewust van de variatie binnen de traditie waartoe ze behoren. Wanneer het over onbekendere tradities gaat is er de neiging om deze variëteit te negeren en om te stereotyperen. Hierdoor kunnen studenten vinden dat ze niet voldoen aan het ideaalbeeld dat er gepresenteerd wordt. Dit kan de sociale wenselijkheid bij de vragenlijst beïnvloeden.

Daarnaast leren studenten over tradities in verschillende situaties. Dit gebeurt voornamelijk in kerken, moskeeën , tempels en in het gezin. De cultuur waarin religieuze teksten worden gelezen beïnvloedt ook de manier waarop ze worden geïnterpreteerd. Verder dragen klasse, gender, etniciteit, opleiding en ervaring bij tot de manier waarop religies worden uitgedrukt. Door de evolutie naar een post-seculiere samenleving is het dus belangrijk om ons onderzoek in deze nieuwe context uit te voeren (Berglund, 2014).

Traditie in de openbare ruimte en onderwijs
Sommige religieuze tradities worden ervaren als behorend bij de natie. De strijd voor zichtbaarheid van bepaalde tradities in de publieke ruimte heeft daarmee te maken. Religie wordt namelijk ervaren als het onoverbrugbare verschil tussen stedelijke groepen. Sommige publiek religieuze vormen en rituelen zijn algemeen aanvaard als deel van de nationale cultuur. Dit heeft gevolgen voor de perceptie van religie in steden. Migratie heeft ook een sterke invloed gehad op het religieuze landschap van steden (Oosterbaan, 2014).

Verder zijn onderwijs en religie twee dominante instituties in onze maatschappij. Eén extra jaar opleiding leidt tot een vermindering van 4 percentagepunten in de waarschijnlijkheid dat een individu zich identificeert met een religieuze traditie. Dit cijfer is afkomstig uit een studie van Hungerman. Volgens hem geeft deze studie het bewijs van de secularisatie. Dit is relevant, omdat onze vragenlijst enkel bij universiteitsstudenten wordt afgenomen (Hungerman, 2014).

Traditie in de post-seculiere samenleving
Het beheer van religies verwijst naar de manier waarop moderne liberale staten hebben gereageerd op publieke religies en op de Islam. Het specifieke probleem van Moslim minderheden in niet-Moslim seculiere staten kan gezien worden als een aspect van een meer algemeen probleem over staat en religie in de moderne post-seculiere samenleving.

Traditie is ook onafscheidbaar van etnische identiteit. Hierdoor kan het debat over secularisatie en liberalisme niet gescheiden worden van burgerschap in multiculturele samenlevingen. Burgerschap en religie geven de sociale solidariteit die we nodig hebben. Ondanks de nood voor respect voor verschillende religieuze tradities worden liberale post-seculiere samenlevingen verhinderd om een beleid te ontwikkelen voor religieus beheer. Ze zijn namelijk meer geneigd om religie te bekijken als een private levensstijlkeuze (Turner, 2012).

Ten slotte kan er een cultuur van ongeloof heersen die de privatisering van religie bevordert. De scheiding van Kerk en Staat wordt vaak gezien als een scheiding van religie en overheid. Dit wordt soms ervaren als een verantwoording voor het verminderen van religie in de publieke ruimte. Sommigen zeggen ook dat de huidige legale behandeling van religie ongevoelig en verkeerd is. Een voorbeeld hiervan is het hoofddoekendebat (Zimmermann & Weinberger, 2012).  


bibliography


donderdag 23 oktober 2014

Werken presentatie

Ik heb vandaag vijf artikels op web of science over religie en tradities opgezocht en gelezen. Hiervan heb ik de meest interessante delen vertaald en in een ruwe eerste versie van mijn tekst gegoten. Wat ik nog aan deze eerste versie wil verbeteren is de bibliografie, meer praktijk toepassen en meer op de onderzoeksvraag en vorige teksten betrekken. Ik heb deze eerste versie ook op het gemeenschappelijk document van onze groep op copy.com geplaatst, zodat ik feedback van de andere groepsleden kan krijgen.

De tekst die ik voorlopig heb is de volgende:
Traditie (Vanessa)
Er zijn verschillende problemen met de stereotype representatie van religies en filosofieën. Zo voelen mensen die tot onbekendere religies of filosofieën behoren alsof ze zichzelf niet in de beschrijving van hun geloof kunnen herkennen. Meesten zijn zich echter wel bewust van de vele variaties binnen de traditie waartoe ze behoren. Wanneer het over onbekendere tradities gaat is er de neiging om deze variëteit te negeren en om te generaliseren en stereotyperen. Hierdoor kunnen de gelovige studenten zich voelen alsof ze niet voldoen aan het ideaalbeeld dat er gepresenteerd wordt. Door de variëteit in tradities wordt deze complexiteit gereduceerd door te stereotyperen. Deze stereotypering is interessant om bij het opstellen van de vragenlijst in het achterhoofd te houden. Zo bestaan er bijvoorbeeld veel stereotypen over islamieten. Deze stereotypen kunnen sociale wenselijkheid bevorderen.

Studenten leren over tradities in verschillende situaties en niet enkel op school. Dit gebeurt voornamelijk in kerken, moskeeën , tempels en in het gezin. Religieuze geloven hebben een kerndoctrine. Hun teksten zijn in de voorbije eeuwen blootgesteld aan conflict en onderhandelingen. De cultuur in dewelke religieuze teksten worden gelezen beïnvloedt de manier waarop ze worden begrepen en geïnterpreteerd. Klasse, gender, etniciteit, opleiding, aanpak en ervaring dragen bij tot de manier waarop religies worden uitgedrukt. Door de veranderingen in de samenleving is het dus belangrijk om ons onderzoek uit te voeren (Berglund, 2014).

Sommige religieuze tradities worden ervaren als behorend bij de natie. De strijd voor zichtbaarheid van tradities in de publieke ruimte heeft te maken met de algemeen aanvaarde opvatting over waar en wanneer dit mag manifesteren, gebaseerd op het publieke leven van religieuze tradities die worden beschouwd als deel van de natie. Religie wordt ervaren als het onoverbrugbare gat tussen verschillende stedelijke groepen. Sommige publiek religieuze vormen en rituelen zijn algemeen aanvaard als deel van de nationale cultuur. Dit heeft gevolgen voor de perceptie van religie in steden. Migratie heeft ook een sterke invloed gehad op het religieuze landschap van steden (Oosterbaan, 2014).

De toename in scholingsgraad kan het meeste van de groei in niet-gelovigen verklaren. Scholing en religie zijn twee dominante instituties in onze maatschappij. Eén extra jaar opleiding leidt tot een vermindering van 4 percentagepunten in de waarschijnlijkheid dat een individu zich identificeert met een religieuze traditie volgens een studie van Hungerman. Die studie geeft het bewijs van de secularisatie (Hungerman, 2014).

Het beheer van religies verwijst naar de manier waarop moderne liberale staten hebben gereageerd op publieke religies en op de Islam. Het specifieke probleem rond Moslim minderheden in niet-Moslim seculiere staten kan gezien worden als een aspect van een meer algemeen probleem van staat en religie in de moderne samenleving.

Religie is vaak onafscheidbaar van etnische identiteit. Hierdoor kan het debat over secularisatie en liberalisme niet gescheiden worden van de vraag over burgerschap in multiculturele samenlevingen. Deze debatten zijn belangrijk, omdat in samenlevingen die verdeeld zijn in etnisch-culturele lijnen, burgerschap en religie de hoofdkandidaten zijn om de sociale solidariteit te geven die we nodig hebben. Ondanks de nood voor respect voor verschillende religieuze tradities kunnen liberale post-seculiere samenlevingen verhinderd worden om een expliciet en systematisch beleid te ontwikkelen voor religieus beheer. Ze zijn meer geneigd om religie te bekijken als een private levensstijlkeuze (Turner, 2012).

Er kan een cultuur van ongeloof heersen die de privatisering van religie bevordert. De scheiding van Kerk en Staat wordt vaak gezien als een scheiding van religie en overheid. Dit wordt soms ervaren als een verantwoording voor het verminderen van religie in de publieke ruimte. Sommigen zeggen dat de huidige legale behandeling van religie ongevoelig en verkeerd is (Zimmermann & Weinberger, 2012).  

bibliography


Hedendaags zingeven in Vlaanderen DEEL 2

Dit bericht gaat over het vervolg van de tekst van Verhaest en Verté 'Hedendaags zingeven in Vlaanderen'.

Onderzoeksvraag 3: demografische verschillen
De derde onderzoeksvraag is: 'Verschillen de bekomen profielen naar demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, opleiding en zelf aangegeven levensbeschouwing?'. Elk van de demografische variabelen verschilt significant voor de 10 clusters.

Algemene bevindingen
Er is een indeling in levensbeschouwelijke groepen te onderkennen op basis van de cognitieve component van het model van persoonlijke zingeving. Deze profielen verschillen van elkaar in motivationele en affectieve oriëntatie, alsook in zingevend gedrag. Demografisch zijn de groepen ook van elkaar te onderscheiden. Er is een tabel op p. 19 met een overzicht van waarden en kenmerken per cluster.

Cluster 1 zijn overtuigd traditioneel gelovigen. Deze zijn voornamelijk katholiek, vaker ouder, vrouw en laaggeschoold. Ze zijn behoudsgezind en zingevende bronnen zijn voor hen vooral collectivistische en zelftranscendente bronnen.
Cluster 2 zijn voornamelijk katholiek, eerder oudere mensen en laaggeschoolden. Men wijst elke vorm van alternatieve geloofsovertuiging af. Collectivistische en zelftranscendente bronnen zijn belangrijke zingevers.
Cluster 3 zijn humanisten. Ze duiden zichzelf aan als vrijzinnig of atheïstisch, terwijl demografische kenmerken uiteenlopend zijn. Zingevend zijn vooral de persoonlijke verwezenlijkingen, groei en ontwikkeling.
Cluster 4 zijn nihilisten. Deze bevat meer mensen in de middenleeftijd, meer mannen en iets meer hooggeschoolden. Ze noemen zichzelf vrijzinnig of atheïstisch of zeggen onverschillig te staan ten aanzien van levensbeschouwing. Er is een gering belang aan rituelen. Zingeving wordt niet echt gevonden in activiteiten, terwijl vele bronnen opvallend minder zingevend zijn in vergelijking met andere groepen.
Cluster 5 zijn cynici. Ze beschouwen zichzelf als vrijzinnig, atheïstisch of onverschillig ten aanzien van levensbeschouwelijke kwesties en is demografisch vooral gekenmerkt door een groter aandeel mannen en hoger opleidingsniveau. Ze combineert een nihilistische en wereldlijk wereldbeeld. Blijvende waarden en idealen en bezig zijn met maatschappelijke problemen zijn zingevers voor deze groep.
Cluster 6 is spirituele compensatie en bevat meer jonge mensen en vrouwen. Ze benoemen zichzelf katholiek of hebben een eigen geloof gemaakt. Men is gemiddeld wereldlijk en nihilistisch ingesteld, met een grote aantrekkingskracht tot alternatieve geloofsovertuigingen. Zin zoeken deze mensen niet uitgesproken in welbepaalde bronnen, maar persoonlijke verwezenlijkingen zijn evenwel zinvol.
Cluster 7 is spirituele optimalisatie. Deze groep bevindt zich vooral in de middenleeftijd en hoger en universitair geschoolden zijn oververtegenwoordigd. Men beschrijft zich als vrijzinnig, agnostisch, humanistisch of met een 'eigen gemaakt geloof'. Individualistische bronnen, altruïsme en collectivistische waarden zijn belangrijk in het geven van zin.
Cluster 8 zijn transreligieuzen. Deze groep bevat minder ouderen, meer vrouwen en is eerder hoger opgeleid. Ze beschouwen zichzelf als katholiek, christelijk of hebben een eigen geloof gemaakt. Het zingevingspalet bestaat uit meer uitgesproken bronnen dan gemiddeld. Alles wordt als het ware als zinvol aangezien.
Cluster 9 zijn individualistische zinzoekers. Demografisch bevat deze groep iets meer jonge mensen. De zelf aangegeven levensbeschouwing is katholiek, christelijk of een eigen geloof. Het wijst alternatieve geloofsovertuigingen af. Het zingevingspalet kenmerkt zich door het ontbreken van duidelijke bronnen. Zowat elke bron wordt als minder zingevend ervaren in vergelijking met andere groepen.
Cluster 10 zijn individualistische hedonisten. Deze groep bevat demografisch meer jonge mensen en iets meer mannen. Men omschrijft zichzelf eerder als vrijzinnig, agnostisch, atheïstisch of onverschillig ten aanzien van levensbeschouwing. De groep kenmerkt zich door afwijzing van transcendentie, alternatieve geloofsovertuigingen en rituelen. Er is weinig sprake van een uitgesproken zingevingspalet. Vele bronnen worden als significant minder zingevend ervaren in vergelijking met andere groepen.

Besluit
De verschillende combinaties die mensen maken tussen een wereldgeoriënteerd, een transcendent en een nihilistisch wereldbeeld, al dan niet aangevuld met een openheid naar alternatieve overtuigingen, leveren 10 duidelijk te onderscheiden groepen op. Transcendentie in het wereldbeeld wordt enkel bij de 'uitgesproken traditioneel gelovigen' en de 'traditioneel gelovigen' meer vastgesteld dan bij de andere groepen. Het bestaan van een God wordt hier als zingevend vooropgesteld.

Overtuigd traditioneel gelovigen, humanisten, cynici en spirituele optimalisatie onderschrijven humanistische waarden. Individualistische hedonisten, individualistische zinzoekers, traditioneel gelovigen, spirituele compensatie en transreligieuzen zijn minder humanistisch georiënteerd. Nihilisten, individualistische zinzoekers en hedonisten hechten minder belang aan verbondenheid met anderen. Affectief zijn er weinig verschillen. Eigenwaarde is enkel bij de overtuigd traditioneel gelovigen significant hoger en bij de individualistische zinzoekers lager. De bronnen waarop mensen zich beroepen om zin te geven in het dagelijks leven, zijn niet enkel verschillend in aard, maar ook in aantal. Het bricolage-idee vertrekt van de individuele combinatie van preferenties inzake zingeving.

Er werd een indeling in levensbeschouwelijke groepen gevonden die de traditionele kaders overstijgt. Levensbeschouwingen die traditioneel confessioneel en niet-confessioneel zijn, kruisen elkaar weinig in de 10 groepen die ontstaan zijn op basis van de cognitieve component, maar verschillen intern wel van elkaar voor wat betreft de motivationele, affectieve en gedragscomponent inzake zingeving. Demografische verschillen lijken bovendien de verdere opdeling in groepen mede te bepalen, en dus ook de inhoud en omvang van het individuele keuzepalet.

woensdag 22 oktober 2014

Hedendaags zingeven in Vlaanderen DEEL 1

Dit bericht gaat over de tekst van Verhaest en Verté 'Hedendaags zingeven in Vlaanderen'.

Inleiding
Met dit onderzoek willen ze levensbeschouwing bekijken als zingevingskader en nagaan of er in Vlaanderen een mogelijke indeling in levensbeschouwelijke groepen bestaat, die de traditionele levensbeschouwelijke tussenschotten overstijgt.

Levensbeschouwelijke veranderingen en zingeving
Secularisatie is volgens Berger 'een proces waarin maatschappelijke sectoren verwijderd worden van de dominantie van religieuze instituties'. De kerken verliezen hun functies, de religieuze culturele productie neemt af en er is een groeiend individueel bewustzijn.
Onzichtbare religie is een meer gesubjectiveerde en geprivatiseerde religiositeit.
Religie is een systeem dat zin verschaft in en aan het leven. Traditionele religie geeft betekenis aan elke unieke situatie. Een religie bevat overtuigingen, voorschriften, doelen en regelt gedrag en emoties. Het is een oriënterend wereldbeeld.

Hedendaagse levensbeschouwing is een individuele combinatie van verschillende traditionele en 'nieuwe' levensbeschouwingen. Het zijn flexibele zingevingskaders. Er is een levensbeschouwelijke bricolage. Individuen gebruiken zingevingssystemen voor hun handelen. De behoefte aan transcendentie is niet meer exclusief verbonden met geïnstitutionaliseerde religies.

Het onderzoekskader: driehoeksmodel van persoonlijke zingeving
Meaning wordt opgevat als een multidimensionaal construct, bestaande uit een cognitieve, motivationele en affectieve component die zich als punten van een driehoek tot elkaar verhouden. De cognitieve component bestaat uit een individueel geconstrueerd wereldbeeld. De motivationele component van persoonlijke zingeving is het geheel van waarden dat ons een richting en doelen verschaft in het leven. Het werken aan de realisatie van deze doelen geeft zin en betekenis aan het leven. De affectieve component bestaat uit gevoelens van voldoening en vervulling die gepaard gaan met het realiseren van levensdoelen. Dit houdt verband met subjectief welbevinden.
Deze drie dimensies van zingeving (het cognitieve, motivationele en affectieve) vinden we ook bij andere auteurs terug. Feedback speelt een belangrijke rol.
Er wordt ook een gedragscomponent van zingeving in het onderzoek opgenomen.

De affectieve component bevat tevredenheid, vervulling en geluk. De cognitieve component bevat overtuigingen, interpretaties en begrip. De motivationele component bevat waarden, behoeften en doelen. Reker en Wong herleiden deze bronnen tot 4 onderliggende dimensies: zelfpreoccupatie, zelfrealisatie of individualisme, collectivisme en zelftranscendentie. Het is zingeving op fysisch, psychisch, sociaal en transcendent vlak.

Het onderzoek
Onderzoeksvraag 1: levensbeschouwelijke groepen
De eerste onderzoeksvraag is: 'Kan in Vlaanderen een indeling in levensbeschouwelijke groepen onderkend worden die niet gebaseerd is op de traditionele levensbeschouwelijke overtuigingen, maar eerder op een brede invulling van persoonlijke zingeving in het dagelijkse leven, vertrekkende vanuit de cognitieve component zoals beschreven in de theorie van Reker en Wong?'.

De clusteranalyse is een geschikte methode om exploratief te werk te gaan. Er werden zeven schalen beschouwd die peilen naar de cognitieve component van zingeving: wereldgeoriënteerd wereldbeeld, nihilistisch wereldbeeld, transcendent wereldbeeld, alternatieve geloofsovertuigingen, belang van levensbeschouwing, mate van praktiseren en belang van rituelen. Er werden 66% van de respondenten onderverdeeld in 10 clusters. Ten slotte zijn er wel degelijk levensbeschouwelijke groepen te onderkennen op basis van de elementen van de cognitieve component.

Onderzoeksvraag 2: motivationele, affectieve en gedragsmatige verschillen
De tweede onderzoeksvraag is: 'Verschillen de levensbeschouwelijke groepen die gevormd worden op basis van de cognitieve component, ook in de invulling van hun motivationele en affectieve component?'. De motivationele component wordt gemeten aan de hand van de waarden 'humanisme', 'verbondenheid', 'utilitair individualisme' en 'hedonisme'. Een algemene oriëntatie inzake breed maatschappelijke en ethisch gevoelige thema's wordt ook opgenomen. De affectieve component wordt gemeten aan de hand van eigenwaarde en grip op het leven. De gedragscomponent wordt bekeken aan de hand van de ontwikkelde SOMP-R schaal die 16 mogelijke bronnen van zingeving aangeeft.

Elk van de motivationele variabelen en één affectieve variabele (eigenwaarde) geeft een significant verschil in gemiddelde score tussen de 10 clusters. De clusters verschillen significant op elk van de bronnen van zingeving, met uitzondering van de bronnen 'tegemoetkomen aan basisbehoeften' en 'genotsactiviteiten'. Verschillen in cognitie geven significante verschillen in de motivationele en affectieve component en verschillen in zingevend gedrag.