dinsdag 10 maart 2015

Analyse socio-demografische kenmerken: verbanden binnen socio-demografische kenmerken

Morgen komen we opnieuw samen met de gehele leeronderzoekgroep. Tegen dan moeten we zoeken naar verbanden binnen onze eigen groep. Ik doe samen met Jolijn en Elena socio-demografische kenmerken. Aangezien Jolijn zich nog even met SPSS bezig moest houden, heb ik de verbanden die mij relevant leken opgeschreven. Ik heb proberen zo volledig mogelijk te zijn, zodat we later nog kunnen schrappen wat irrelevant blijkt te zijn. Elena zal tegen morgen de lijst ook doornemen. Ik heb mijn bevindingen in het schuin geschreven en het resultaat is het volgende:

Demografische achtergrond

§  Q1: 73,60% van onze respondenten zijn van het jaar 93’ of 94’. We stellen hierdoor vast dat we de juiste doelgroep hebben bereikt en deze ook ongeveer het midden van 18 jaar – 25 jaar omvatten.

Dit resultaat is zoals verwacht.
We kunnen de eventuele correlatie nagaan tussen geboortejaar en huidige woonsituatie: wonen mensen met een hogere leeftijd meer alleen of met hun partner samen in de plaats van inwonend te zijn bij hun ouders? Maar is dit relevant genoeg voor het onderzoek (met als onderwerp tradities)?
We kunnen de eventuele correlatie nagaan met een gelovige opvoeding: hebben mensen met een hoger geboortejaar een minder gelovige opvoeding gehad (vanwege de steeds toenemende secularisering)?
Hierbij kan men ook de correlatie met levensbeschouwelijke rituelen nagaan en op welke partij men vandaag zou stemmen: is er hierbij een verschil tussen de leeftijdsgroepen?

§  Q2: vrouwen oververtegenwoordigd (60%) vs mannen (40%)

o   Misschien hebben vrouwen doorgaans meer emanciperende ideeën/denkbeelden(?)

§  theoretisch nagelezen/onderzocht worden

§  ‘oververtegenwoordiging’ significant ?

 

We kunnen de eventuele correlatie met vooropleiding en studierichting nagaan.
Er kan ook gezien worden naar de correlatie met de huidige woonsituatie: zijn vrouwen bijvoorbeeld meer inwonend bij ouders?
Verder kan er gezien worden naar de band met hun ouders: hebben vrouwen bijvoorbeeld een betere band met hun ouders?
Er is ook een eventuele correlatie met gelovige opvoeding: krijgen vrouwen een gelovigere opvoeding dan mannen?
Verder kan er ook nog gezien worden naar welk type school mannen en vrouwen gingen. Zit hier een verschil in naargelang geslacht?
Verschillen de levensbeschouwelijke rituelen en partijvoorkeur naargelang geslacht?
Vinden vrouwen een levensbeschouwelijke plechtigheid bij een huwelijk belangrijker dan mannen?

 

§  Q3: vooral ASO als opleidingsachtergrond (84,57%)

Is er een correlatie tussen vooropleiding en studierichting?
Is er een correlatie tussen vooropleiding en het behaalde diploma en de burgerlijke stand van ouders/voogd? Hebben respondenten met een hogere opleidingsachtergrond ook ouders met een hoger behaald diploma? Hebben respondenten van gescheiden ouders een lagere opleidingsachtergrond (maar is dit voldoende relevant voor ons onderzoek)?
Is er een correlatie tussen vooropleiding en land van afkomst?
Is er een correlatie tussen vooropleiding en gelovige opvoeding?
Is er een correlatie tussen vooropleiding en type lager en secundair onderwijs?

§  Q4: Voornamelijk studenten uit Letteren- en Wijsbegeerte (35.60%) hebben onze survey ingevuld gevolgd door Toegepaste Ingenieurswetenschappen (17.60 %). PSW richtingen (14,80%) staan onder de ingenieurs

Is er een correlatie tussen studierichting en het behaalde diploma en de burgerlijke stand van de ouders/voogd?
Is er een correlatie tussen studierichting en land van afkomst? Komen Nederlanders bijvoorbeeld naar België voor een bepaald type van studierichting?
Is er een correlatie tussen studierichting en gelovige opvoeding/levensbeschouwelijke rituelen?
Is er een correlatie tussen studierichting en type lager en secundair onderwijs?
Is er een correlatie tussen studierichting en partijvoorkeur?

§  Q5: Vooral 3de bachelorstudenten (77,78%)

Naar mijn mening zijn er hierbij geen interessante correlaties te vinden: meesten zijn afkomstig uit de derde bachelor, zoals verwacht.

§  Q6: normaal: evenveel broers als zussen

Is er een correlatie met al dan niet een gelovige opvoeding te hebben gehad? Hebben personen met meer broers/zussen een gelovigere opvoeding gehad of niet? In deze context kan men ook de relatie nagaan met levensbeschouwelijke rituelen.
Is er een correlatie met de burgerlijke stand van de ouders/voogd (maar is de relevantie hiervan voldoende voor ons onderzoek)?
 

§  Q7: vooral vader universitair diploma tov moeder

o   hoger onderwijs korte type = moeder

o   verschillende denkbeelden bij respondenten indien ouders ander diploma ?

 

We kunnen de eventuele correlatie met de burgerlijke stand van zijn/haar ouders nagaan (maar voldoende relevantie hiervan voor ons onderzoek)? Zijn hoger opgeleide ouders bijvoorbeeld meer getrouwd?
Is er een correlatie met gelovige opvoeding: geven ouders met een hoger diploma een minder gelovige opvoeding?
Is er een correlatie met type lager en secundair onderwijs? Sturen hoger opgeleide ouders hun kinderen meer naar een bepaald type van school?
Is er een correlatie met levensbeschouwelijke rituelen? Laten hoger opgeleide ouders hun kinderen bijvoorbeeld minder vaak dopen?
Is er een correlatie met partijvoorkeur: stemmen kinderen van hoogopgeleide ouders anders dan kinderen van laagopgeleide ouders?

 

§   Q8: groot deel van de ouders zijn getrouwd (68,82%). Een kleiner deel heeft gescheiden ouders (22,75%)

o   significante invloed burgerlijke stand ouders op verschillen in denkwijzen respondenten (?) cliché denkbeelden vb; scheiding; geen geloof in huwelijk

 

Is er een correlatie met de huidige woonsituatie van de respondent: wonen jongeren met gescheiden ouders bijvoorbeeld vaker alleen?
Is er een correlatie met het land van herkomst (maar is dit voldoende relevant voor ons onderzoek)?
Is er een correlatie met de sterkte van de band met zijn/haar ouders?
Is er een correlatie met gelovige opvoeding?
Is er een correlatie met levensbeschouwelijke rituelen?
Is er een correlatie met partijvoorkeur?
Is er een correlatie met al dan niet getrouwd willen zijn met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

 

§  Q10: vooral inwonend bij ouders (zoals verwacht) (83%)

o   Antwoorden sign. verschillend van respondenten op kot (zie Q9) ?

Is er een correlatie met de band met zijn/haar ouders bv. inwonende bij ouders hebben een betere band met hun ouders?
Is er een correlatie met de levensbeschouwing van de partner en eventuele conflicten( bijvoorbeeld meer samenwonend met partner indien dezelfde levensbeschouwing)?


§  Q11: grootste deel Belgische = 88%

o   Nederlanders = 6,32% (verband land en andere tradities – verschil België en Nederland?)

Is er een correlatie tussen de band met zijn/haar ouders en land van herkomst (verschillen tussen landen in verband met de band met hun ouders, maar is dit voldoende relevant voor ons onderzoek)?
Is er een correlatie met gelovige opvoeding of niet?
Is er een correlatie met type lager/secundair onderwijs?
Is er een correlatie met levensbeschouwelijke rituelen?
Is er een correlatie met partijvoorkeur?
Is er een correlatie met dezelfde levensbeschouwing van de partner en al dan niet trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

§  Q13: band met ouders: sterk en zeer sterk is ederlanders = elgische

§  s (zoals verwacht)

§  grootste deel!

o   43.39% zegt een goede relatie te hebben met zijn of haar ouders en 33.33% een erg goede relatie. Al bij al positieve resultaten (77% sterke relatie ouders)

o   in hoeverre worden ideeën worden ‘doorgegeven/opgenomen’ vanwege deze sterke relatie?

o   beetje te vinden in Q14 (gelovige opvoeding), en Q16 (levenb rituelen), Q37 (erediensten rond 12) Q38(erediensten met wie?), Q39 (levensb. Activiteit) , Q50, Q51

Is er een correlatie met gelovige opvoeding: hebben mensen met een gelovige opvoeding een betere band met hun ouders?
Is er een correlatie met levensbeschouwelijke rituelen?

§  Q14: Bij 63.79% heeft geloof geen of amper een centrale plaats in de opvoeding genomen. Maar bij 14% wel een ‘matige’ of zeer sterke plaats in de opvoeding. 21,55% zegt dat het gematigd is.

Is er een correlatie met type lager en secundair onderwijs?
Is er een correlatie met levensbeschouwelijke rituelen?
Is er een correlatie met partijvoorkeur?
Is er een correlatie met al dan niet dezelfde levensbeschouwing van de partner en trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

§  Q15: De meeste hebben katholiek onderwijs gevolgd (271 personen) gevolgd door gemeenschapsonderwijs (123) voor zowel lager als secundair onderwijs

Is er een correlatie met levensbeschouwelijke rituelen?
Is er een correlatie met partijvoorkeur?
Is er een correlatie met partner met dezelfde levensbeschouwing en al dan niet willen trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

§  Q16: Bijna iedereen heeft traditionele christelijke rituelen ondergaan zoals doopsel, eerste communie en vormsel. (70% - 80%). 11% zegt dat ze geen enkel ritueel hebben ondergaan

o   Dus je laat u wel dopen maar mensen ‘haken af’ bij eerste communie en nog meer bij vormsel

o   Toch vrij grote percentages van mensen die een significante en belangrijk levensbeschouwelijke plechtigheid hebben ondergaan (je kon er als baby / kind ook weinig veranderen aan de keuze van de ouders uiteraard)

We kunnen aan de hand van de gegevens hierboven vaststellen dat onze respondenten toch een sterk christelijk beïnvloedde achtergrond hebben, hetzij via de rituelen, de geloofsovertuigingen van thuis uit, enzovoort. We kunnen kijken of de gegevens die volgen deze hypothese verder staaft en/of dit in verband staat met de levensbeschouwelijke overtuigingen van de respondent zelf.

Is er een correlatie met partijvoorkeur?
Is er een correlatie met dezelfde levensbeschouwing van partner en al dan niet trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

Overtuigingen van de respondent zelf

§  Q17: Groen = grootste partij en 15% geen mening

o   Bepaalde politieke strekking kunnen linken aan eerder emanciperend denken ?

o   Onze respondenten zijn voornamelijk studenten uit de faculteit Letteren- en wijsbegeerte, wat (volgens Ben) wel verklaart waarom Groen de meest gekozen partij is. (Als je naar de faculteit TEW trekt die je bijvoorbeeld een heel ander verhaal op dat vlak)

Is er een correlatie met dezelfde levensbeschouwing partner en al dan niet trouwen met een levensbeschouwelijk plechtigheid? Trouwen mensen die op CD&V stemmen meer met een levensbeschouwelijke plechtigheid, zoals volgens de Christelijke doctrine hoort?
Is er een correlatie met seksuele geaardheid? Stemmen heteroseksuelen anders dan niet-heteroseksuelen (maar is dit voldoende relevant voor ons onderzoek)?

§  Q18: meer dan 8,41% is biseksueel en homoseksueel ≠ opmerkelijk

o   grootste deel = hetero (90%)

o   correlatie geaardheid – geëmancipeerde/traditionele denkbeelden ?

Is er een correlatie met al dan niet dezelfde levensbeschouwing partner en al dan niet trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid? We verwachten namelijk dat niet-heteroseksuelen minder willen trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid.

§  Q19: De helft van de respondenten is single = normale gegevens

Geen relevantie correlaties hierbij te vinden naar mijn mening.

§  Q20: vooral zelfde levensbeschouwing

o   toch enkele verschillende levensbeschouwing

Is er een correlatie met conflicten in het kader van levensbeschouwing en of men deze conflicten verwacht in de toekomst?
Is er een correlatie met al dan niet getrouwd willen zijn met een levensbeschouwelijke plechtigheid? Koppels met een verschillende levensbeschouwing zullen volgens mij minder vaak willen trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid.

§  Respondenten vraag overgeslagen (waarschijnlijk) omdat ze geen partner hebben

§  Q21: vooral geen conflicten over levensbeschouwing met partner (85%)

Is er een correlatie met het verwachten van levensbeschouwelijke conflicten in de toekomst (respondenten die reeds levensbeschouwelijke conflicten hebben zullen dit natuurlijk meer verwachten in de toekomst)?
Is er een correlatie met al dan niet getrouwd willen zijn met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

§  Q22: ook niet in de toekomst conflict over levensbeschouwing met partner (82%)

§  Samenvatting: Van niet-single’s zegt 27.24 % dat er gelijkenissen en verschillen zijn in de levensbeschouwing van beide partners. Maar het merendeel (65.34%) heeft dezelfde overtuigingen. Maar 3.98% zegt dat ze totaal verschillende levensbeschouwingen hanteren. Ook heeft het merendeel geen conflicten met zijn/haar partner hieromtrent en verwachten ze dat ook niet.

Is er een correlatie met al dan niet getrouwd willen zijn volgens een levensbeschouwelijke plechtigheid?

§  Q24: 8% is zeker dat ze niet gaan trouwen, 35.69% weet niet of ze willen trouwen, 55.16% zegt dat ze wel willen trouwen

Is er een correlatie met al dan niet willen trouwen volgens een levensbeschouwelijke plechtigheid? Zullen mensen die zeker willen trouwen met andere woorden ook willen trouwen met een levensbeschouwelijke plechtigheid?

§  Q25: 40% van de mensen die zouden trouwen willen levensbeschouwelijke plechtigheid

o   31% weet het niet

o   waren ouders getrouwd?

o   Ik kan vaststellen dat de link tussen trouwen en levensbeschouwing nog steeds vrij relevant is, maar er bestaat wel enige twijfel over bij velen en er zijn sommigen die levensbeschouwing niet meer willen linken aan trouwen.

o   Zorgt het huwelijk als instituties voor een voortzetten van (christelijke) levensbeschouwelijke opvattingen?

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten