zaterdag 15 november 2014

Socio-demografische kenmerken: afwerking vragen

Tijdens de bespreking op donderdag hebben we met ons groepje allerlei vragen overlopen.
Hiervan heb ik voorlopig het volgende voor socio-demografische kenmerken.

1. Vragenlijst


Naam:  …………………………                                 Datum: …………………………


1.         Leeftijd                        …………………………

2.         Geslacht
o   Man
o   Vrouw

3.         Vooropleiding
o   ASO
o   TSO
o   BSO
o   KSO
o   Andere

4.         Studierichting
o   Politieke wetenschappen
o   Sociologie
o   Communicatiewetenschappen
o   Geschiedenis
o   Ontwerpwetenschappen

5.         Loopbaan
o   1ste Bachelor
o   2de Bachelor
o   3de Bachelor
o   Master
o   Schakelprogramma

6.         Afkomst                       …………………………

7.         Woonplaats                  …………………………

8.         We zijn geïnteresseerd in hoe vaak u van de ene plaats naar de andere bent verhuisd. Welke
uitspraak beschrijft het best hoe het met u gegaan is?
o   Ik heb altijd in dezelfde buurt gewoond 
o   Ik heb in verschillende buurten in dezelfde plaats gewoond  
o   Ik heb op verschillende plaatsen in hetzelfde land gewoond 
o   Ik heb in verschillende landen gewoond

9.         Wat is uw huidige woonsituatie?
o   Alleenwonend
o   Samenwonend met partner
o   Inwonend bij ouders
o   Kot
o   Andere                        …………………………

10.       In welke omgeving woont u momenteel?
o   Stad
o   Woonwijk
o   Platteland

11.       Als u denkt aan het leven dat u op dit ogenblik leidt, hoe gelukkig of ongelukkig bent u dan
over het algemeen?
o   Helemaal niet gelukkig 
o   Niet zo gelukkig  
o   Tamelijk gelukkig 
o   Heel gelukkig  
o   Kan geen keuze maken

12.       Hoe vaak nam u deel aan kerkelijke of godsdienstige erediensten toen u 11 à 12 jaar was?  
o   Nooit 
o   Minder dan één keer per jaar 
o   Ongeveer één tot twee keer per jaar 
o   Meerdere keren per jaar 
o   Ongeveer één keer per maand 
o   Twee tot drie keer per maand 
o   Bijna elke week 
o   Elke week 
o   Meerdere keren per week 
o   Weet niet (meer) 

13.  Tot welke godsdienst of levensbeschouwelijke strekking rekenden uw moeder en uw vader zich toen u een kind was?
Uw moeder                  Uw vader
Katholiek                                                                                               1                               1
Protestants (omschrijf denominatie) …………………………                  2                              2
Joods                                                                                                     3                               3
Orthodox (zoals Grieks- of Russisch-orthodox)                                         4                               4
Islamitisch                                                                                             5                               5
Vrijzinnig                                                                                               6                               6
Geen geloof                                                                                           7                               7
Anders (omschrijf) …………………………                                           8                               8
Weet niet                                                                                               9                              9  


14.       Zijn/waren je ouders getrouwd?
o   Ja
o   Nee

15.       Zijn je ouders enkel samenwonend?
o   Ja
o   Nee

16.       Zijn je ouders gescheiden?
o   Ja
o   Nee

17.       Hoogste opleidingsniveau van vader                  …………………………

18.       Hoogste opleidingsniveau van moeder               …………………………

19.       Heb je nog broers of zussen?
o   Ja
o   Nee

20.       Naar welke partij gaat uw voorkeur uit?
o   N-VA
o   CD&V
o   Open Vld
o   sp.a
o   Groen
o   Vlaams Belang
o   Union des Francophones
o   PVDA
o   Andere                        …………………………                    
o   Kan geen keuze maken



2. Verantwoording


Onze onderzoeksvraag is ‘Tradities als referentiekader bij jongeren tussen 20 en 35 jaar’. Hierdoor is het cruciaal de leeftijd van onze respondenten te weten. Het doel is namelijk tradities bij de digital-nativescohorte te onderzoeken. Een cohorte is een concept om een groep mensen te omschrijven die een tijdspecifieke gedeelde (culturele) invloed hebben doorgemaakt. De mensen die geboren werden met de opkomst van de digitale wereld en de geïndividualiseerde samenleving behoren tot de digital-nativescohorte. Dit wordt ook de Y-generatie genoemd. Ze bestaat vandaag uit 76 miljoen universiteitsstudenten en de mensen die er deel van uitmaken zijn behendiger in technologie en communicatie dan hun ouders.

Door het geslacht te bevragen kunnen we een onderscheid maken tussen tradities bij mannelijke en vrouwelijke studenten. Er is ook een samenhang tussen gender, religieuze tradities en sociaal-culturele contexten. Zo gaat het vak ‘Religion and Gender’ van dr. M.A.C. de Haardt aan de universiteit van Tilburg over de wisselwerking tussen betekenissen van gender op de inhoud, vormgeving, symbolen van religieuze tradities en de invloed van gender op de studie van religie.

Door de vooropleiding, studierichting en loopbaan te bevragen kunnen we het effect van opleiding op tradities nagaan. Onderwijs en religie zijn namelijk twee dominante instituties in onze maatschappij. De studie van Hungerman toont aan dat één extra jaar opleiding leidt tot een vermindering van vier percentagepunten in de waarschijnlijkheid dat een individu zich identificeert met een religieuze traditie. Dit geeft volgens hem het bewijs van de secularisatie. Onze doelgroep voor de vragenlijst zijn de studenten die het vak ‘Levensbeschouwing en Samenleving’ van professor P. Loobuyck volgen. Deze studenten zijn afkomstig uit PSW, Ontwerpwetenschappen en Geschiedenis. Ten slotte zullen de meeste van deze studenten in de derde Bachelor zitten.


We kunnen de omgevingsinvloeden controleren door te vragen naar afkomst, woonplaats, opvoeding en confrontaties met religie in de omgeving.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten