maandag 3 november 2014

Voorbereiding bijeenkomst (1)

1. Pew-forum
Deze site vind ik zeer relevant. Zo is er een verwijzing naar de actualiteit bij 'Religion in the news'. Er is ook een onderdeel 'Media mentions'. Door deze twee onderdelen kunnen we gemakkelijk op de hoogte blijven van huidige ontwikkelingen in discussies over religie. Ons onderzoek gaat over jongeren in de post-seculiere samenleving, waardoor deze hedendaagse ontwikkelingen en discussies zeer belangrijk zijn om op te volgen. Een voorbeeld hiervan is 'The stigma of being an atheist in the US'. Dit is relevant voor mij, omdat ik in de presentatie de gevolgen van stereotypen van tradities aanbracht. Voor de rest zijn er nog 'Signature reports' te vinden. Hier staan er bijvoorbeeld een aantal nuttige surveys. Er zijn ook verschillende interessante analyses op deze site te vinden.

2. Tekst Verhaest en Verté
A. Onderzoeksvragen en bevindingen die specifiek relevant zijn voor onderzoek naar jongeren van onze leeftijd
We moeten zeker de context van secularisatie meenemen. Dit is volgens Verhaest en Verté 'een proces waarin maatschappelijke sectoren verwijderd worden van de dominantie van religieuze instituties'. Het groeiend individueel bewustzijn en concept van onzichtbare religie vind ik persoonlijk ook zeer belangrijk en interessant. In welke mate gaan studenten nog bewust om met traditie in hun persoonlijke leven? Ondervinden ze veel nadelen van het wegvallen van de zekerheden van religie? In welke mate zijn ze actief met tradities bezig en hoe geven deze tradities vorm aan het leven van de jongeren?

We kunnen in onze vragenlijst ook het onderscheid maken tussen de cognitieve, motivationele en affectieve component. De gedragscomponent kan ook opgenomen worden. Ik vind deze onderscheidingen een goed vertrekpunt voor de vragenlijst. Zo hebben we al onmiddellijk een basis waarmee we kunnen werken. Een goede basis en vertrekpunt vinden is namelijk zeer moeilijk en belangrijk.

De belangrijkste bevinding van de eerste onderzoeksvraag is dat er wel degelijk levensbeschouwelijke groepen te onderkennen zijn op basis van de elementen van de cognitieve component. Verder is de belangrijkste bevinding van de tweede onderzoeksvraag dat verschillen in cognitie significante verschillen geven in de motivationele en affectieve component en verschillen in zingevend gedrag. Ten slotte is de belangrijkste bevinding van de derde onderzoeksvraag dat elk van de demografische variabelen significant verschilt voor de tien clusters.  

Algemeen kunnen we stellen dat er een indeling in levensbeschouwelijke groepen te onderkennen is op basis van de cognitieve component van persoonlijke zingeving. Deze profielen verschillen van elkaar in motivationele en affectieve oriëntatie, alsook in zingevend gedrag. Demografisch zijn de groepen ook van elkaar te onderscheiden. Er zijn tien duidelijk te onderscheiden groepen. De bronnen waarop mensen zich beroepen om zin te geven in het dagelijks leven, zijn niet enkel verschillend in aard, maar ook in aantal. Het bricolage-idee vertrekt van de individuele combinatie van preferenties inzake zingeving. Er werd ten slotte een indeling in levensbeschouwelijke groepen gevonden die de traditionele kaders overstijgt.

De onderscheiding tussen cognitieve, motivationele en affectieve oriëntatie zou ik dus zeker meenemen in de vragenlijst. Daarnaast zijn de demografische verschillen heel belangrijk om tijdens het onderzoek in ons achterhoofd te houden. Verder zou ik peilen naar de verschillende bronnen van zingeving. Ten slotte zou ik het bricolage-idee proberen te verwerken in de vragenlijst, al lijkt mij dit zeer moeilijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten