maandag 20 oktober 2014

Taylor A Secular Age: correctie

Dit bericht gaat over de correcte pagina’s van de tekst ‘A Secular Age’. Het gaat over de pagina’s 689-693 van het pdf-bestand.

Er bestaat een veld van conflict tussen geloof en ongeloof in de hedendaagse Westerse cultuur. Er is een cross pressure tussen extreme posities, enerzijds gerepresenteerd door orthodoxe religie en aan de andere kant het materialistisch atheïsme. Cross pressure wilt zeggen dat alle posities zichzelf definiëren in termen van deze extremen. Het gaat ook over ethische stellingen. Verder gaat het over een strijd tussen twee rivale pogingen om met het dilemma over transcendentie en menselijke behoeften om te gaan. Er zijn twee belangrijke referentiepunten: onze toewijding tot het moderne moraal, universele mensenrechten en welbevinden aan de ene kant en onze aspiraties tot ‘compleetheid’ aan de andere kant.

Het leven in een seculiere tijd is ongemakkelijk. Wat we doen heeft altijd een doel, maar wat is de betekenis van dit alles? Wat is de bedoeling van al deze particuliere doelen en activiteiten? De ultieme betekenis van al deze particuliere betekenissen wordt gemist. Sommige vinden dat deze metavraag niet gesteld zou moeten worden, bijvoorbeeld als spirituele training. Wanneer deze vraag echter in iemand opkomt zal men die niet zo snel vergeten, omdat het afkomstig is uit een gevoel dat er diepere doelen zijn dan onze alledaagse doelen. Er moet hierop een antwoord gegeven worden binnen het natuur-menselijke domein. Dit kan door te tonen dat onze doelen de diepte hebben die we zoeken of door iets voor te stellen dat verder gaat dan de gebruikelijke scope van onze levens, maar immanent blijft. Zo geeft Artsen Zonder Grenzen een doel aan vele jonge mensen. Het is een horizontale transcendentie van ons alledaagse bestaan. Of dit genoeg is hangt ervan af of we het gevoel hebben dat het de volledige kracht van het menselijke omvat.

De ongemakkelijkheid is een kenmerk van onze seculiere, cross-pressured, pluralistische wereld in dewelke de attractie van immanentie zeer sterk is. Het gevoel van zinverlies is een kenmerk van onze tijd. Mensen hebben zingeving nodig. In religieuze zienswijzen wordt deze nood gezien in meer specifieke termen, zoals God. Zo heeft Richard Lewontin een idee over waarom sommige Christenen de theorie van evolutie ontkennen. Het Goddelijke scheppingsverhaal geeft namelijk een opluchting van de ‘Anxiety of Meaningless’. Dit is echter zeer abstract. De menselijke nood voor zingeving neemt ook een meer specifieke, concrete vorm aan.

De term ‘zingeving’ is universeel en duidt op hetgene dat personen beweegt tot hun respectievelijke religieuze-metafysische-morele opties. Dit kan een ‘hogere’ vervanging zijn voor meer particuliere doelen. Deze universele categorie behoort tot de observeerder die ziet dat verschillende mensen subjectief hun leven laten draaien rond verschillende dingen. Taylor betwijfelt dat een algemene theorie mogelijk is. We worden geconfronteerd met verschillende spirituele tradities waarin nieuwe vormen in de geschiedenis ontstaan die de steun van mensen krijgen en vorm geven aan hun spirituele honger. Deze worden doorgegeven en hervormd.

Ons geloof kan enkel komen van ons gevoel van innerlijke spirituele kracht, gesterkt door uitdagingen van andere geloven. De reden om wantrouwig te zijn tegenover deze algemene religieuze theorie, gemotiveerd door de zoektocht naar zingeving, is omdat het behoort tot het perspectief van de observeerder. Iemand die gelooft in waarden beziet die als waardevol en is daardoor gemotiveerd. Men zal zien dat jouw eigen zingeving verschillend is dan die van iemand anders. Het gevoel van verlies draait rond de kwestie van zingeving. De onttoverde wereld lijkt een wereld zonder zingeving. Dit mag echter niet geprojecteerd worden op alle tijden en plaatsen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten