De tweede tekst voor het leeronderzoek is 'Proposal for questions on religious identity'.
1. Proposal for religious identity
Mogelijke dimensies die in de vragenlijst gemeten kunnen worden zijn: experimenteel, ideologisch, ritualistisch, intellectueel en consequenties. Consequenties is echter apart, omdat het een secundair element heeft. Deze dimensies komen van Stark en Glock. Over de verschillende dimensies om religieuze identiteit te meten heerst echter discussie.
Sociale relaties met andere religieuze personen kunnen ook interessant zijn om in de vragenlijst te verwerken. We kunnen op twee verschillende manieren om religieus te zijn focussen, namelijk religie als een doel op zichzelf (intrinsiek) en religie als een middel om zelfzuchtige doelen te bereiken (extrinsiek).
Nog andere interessante dimensies zijn: geloofsbelijdenis, devotie, kerkaanwezigheid, activiteiten, financiële steun, religieuze kennis, groeioriëntatie, extrinsieke oriëntatie, gedrag en cognitie. Deze dimensies zijn afkomstig van King en Hunt.
Verder is er ook nog persoonlijk geloof, intolerantie voor ambiguïteit, orthodoxie, sociaal bewustzijn, kennis van religieuze geschiedenis, levensdoel, kerkbetrokkenheid en religie als zoektocht.
Er kan ook gevraagd worden naar verborgen vormen van religie.
Vervolgens is er een meer actieve constructie van religie door de participanten en kan er naar verschillende betekenissystemen gezocht worden.
Civiele religie verwijst naar een aantal waarden, symbolen en rituelen die gemeenschappelijk zijn voor alle leden van de maatschappij. Dit behoort tot de integratieve functie van de maatschappij als geheel en bevindt zich op het macrovlak.
Impliciete religie bevindt zich op het microvlak in crisissituaties. Het drukt een emotionele betrokkenheid uit gericht op het overstijgen van isolatie om gevoelens van solidariteit en re-identificatie te ontdekken.
Geloof bestaat nog wel, maar het aantal kerkgangers vermindert. Verder is er een moeilijke conceptualisatie van religie en geen eensgezindheid over de dimensies en procedures.
De uni- of multidimensionaliteit van religie kan tijdelijk zijn. Het is ook belangrijk te kijken naar de veranderingen in inhoud en interrelatie van de verschillende componenten.
Problematisch is echter het meten van bv. 'impliciete religie': verschillende gebruiken, geloven en cognities hebben een subjectieve religieuze betekenis afhankelijk van de leefwereld van de actor. Hiervoor moet men opletten bij survey research.
In de tabel op p.13 staat een samenvatting van de verschillende dimensies.
Acceptatie van het geloofssysteem is in de meeste studies aanwezig, net zoals persoonlijke toewijding. Tot persoonlijke toewijding behoort niet enkel geloof, maar ook gedrag.
Op de ideologische dimensie bevindt zich het geloof.
De ritualistische dimensie bevat kerkaanwezigheid en betrokkenheid.
De intellectuele dimensie bevat religieuze kennis en kennis van de religieuze geschiedenis.
Ten slotte kan ook nog achter het gemeenschappelijk aspect van religie gevraagd worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten