woensdag 15 oktober 2014

Het (post)seculier perspectief van Jürgen Habermas DEEL 1

De vierde tekst die we voor het leeronderzoek moeten lezen is 'Het (post)seculier perspectief van Jürgen Habermas' van Patrick Loobuyck.

Habermas wijst op het belang van wederzijdse tolerantie tussen religieuze en seculiere levensbeschouwingen. Seculiere samenlevingen moeten leren omgaan met de blijvende aanwezigheid van religie. De rede moet luisteren naar het religieuze discours om ervan te leren. Hij legt ook de nadruk op de constitutieve betekenis van religie voor onze cultuur. Habermas gaat ook in debat over de plaats van religie in het politieke besluitvormingsproces.

1. Habermas over religie en filosofie
In het begin nam Habermas een negatieve houding aan ten opzichte van het belang van religie in de samenleving. In zijn hoofdwerk beschrijft hij religie vanuit een sociologisch perspectief als een premoderne, achterhaalde vorm van sociale integratie en bron van betekenis. Het is een tijdelijke overgangsfase in het proces van modernisering.

Daarna stelt Habermas zich constructiever op tegenover religie. Religie heeft een rol die filosofie niet kan opnemen, zoals existentiële troost. Hij heeft echter weinig aandacht voor de publieke rol van religie en de cognitieve bijdrage van religie in morele en politieke kwesties.
Het filosofisch project moet worden opgevat als een conceptualiserings- en rationaliseringsproces van betekenissen die eerder via de religie werden aangebracht. De filosofie moet betekenissen op een redelijke en voor iedereen toegankelijke manier verwoorden en daardoor religie overbodig maken.

Enerzijds heeft Habermas oog voor een vorm van discursieve continuïteit tussen het religieuze discours en de seculiere filosofie. Anderzijds wijst hij op het verschil tussen geloof en rede. Religie laat zich niet zomaar rationaliseren. Daardoor besluit Habermas dat religie moet achterblijven in het moderniseringsproces. Later is Habermas positiever over religie. Het is niet omdat de moderniteit zich voortzet dat religie helemaal verdwijnt. Religie moet zich transformeren. Na 2001 legt Habermas de nadruk op de blijvende aanwezigheid van religie en dat religie een blijvend betekenispotentieel heeft. De vertalingstaak van de filosofie is echter nog niet gedaan. Deze postmetafysische filosofie is zich bewust van haar genealogie van de rede. De postmetafysische filosofie moet zowel de metafysica als de religie als haar voorgeschiedenis erkennen.

Habermas wijst op de complementariteit van geloof en rede in het tijdperk tussen de axiale periode en de Verlichting. De secularisering functioneert volgens hem als een transformer die de loop van de tradities herbestemt. Moderniteit is een resultaat dat voor een goed zelfbegrip afhankelijk blijft van de theologische wortels waaruit het voorkomt.

In het postmetafysische denken is geloof en rede niet zomaar uit elkaar te halen. Volgens Habermas is er een polarisering tussen geloof en rede in de Europese moderniteit. Hij oordeelt ook niet negatief tegenover de ont-Hellenisering van het christendom. Het nominalisme heeft de weg vrijgemaakt voor het ontstaan van de wetenschap.

Het postmetafysisch denken moet zich leergierig opstellen tegenover godsdienst. Religie heeft niet elke politieke of morele relevantie verloren. Habermas heeft aandacht voor het blijvend betekenispotentieel van het religieus discours. Hij erkent dat de filosofie niet het eigene van religie uitputtend kan vatten.

2. Het postseculiere perspectief
Habermas was verdediger van het seculiere constitutionalisme, de Verlichting en de redelijkheid. Vervolgens bestempelt hij de westerse samenleving als een 'postseculiere' samenleving. Ondanks de geloofsterugval en secularisering kan religie een publieke en politieke betekenis blijven vervullen. Functieverlies is nog geen betekenisverlies. Het postseculiere verwijst naar de erkenning dat religie binnen afzienbare tijd niet helemaal zal verdwijnen. Er is een voortbestaan van religieuze gemeenschappen in een seculariserende omgeving.

De verworvenheden van de liberale rechtstaat mogen echter niet in vraag gesteld worden. De postseculiere samenleving blijft een seculiere samenleving. Habermas pleit voor een overheid die gelijke afstand houdt ten aanzien van zowel seculier naturalistische als religieuze denkbeelden. De plaats van religie mag niet met politieke middelen bestreden worden. Zowel seculiere als religieuze tradities moeten elkaar wederzijds tolereren en ernstig nemen. Er is een complementair leerproces.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten