dinsdag 7 oktober 2014

ESS questionnaire p. 31-45

Deze blog gaat over het einde van de tweede tekst over de ESS questionnaire p. 31-45.

2. Evaluation and improvement of the proposals
In de typologie op p. 38 zijn er vragen over religieus toebehoren in het heden en verleden, religieuze praktijken in het heden, lidmaatschap en vrijwilligerswerk.
Jaak Billiet zegt dat een equivalente typologie geconstrueerd kan worden met enkel vragen over huidige en vroegere denominatie en kerkaanwezigheid. De lijst met kerkgenootschappen kan landspecifiek zijn en geïnstitutionaliseerde niet-religieuze wereldbeelden kunnen ook opgenomen worden.

Als de respondent niet tot een kerkgenootschap behoort zou men kunnen vragen of men in het verleden tot een kerkgenootschap behoorde. Verder is het cruciaal te vragen hoe vaak men naar religieuze diensten gaat. Er kan ook gevraagd worden naar intensiteit via hoe sterk men gehecht is aan de kerkgenootschap. Ten slotte kan er ook naar het gebed gevraagd worden. Dat is meer universeel dan de religieuze praktijkvraag.
De uiteindelijke vragenlijst bevat een vraag over huidige en voorgaande affiliatie, intensiteit en participatie.

De resultaten in wave 1: vragen over lidmaatschap en vrijwilligerswerk horen meer bij de context van lidmaatschap in vrijwilligersassociaties. Later is er nog een vraag over het belang van religie in het leven bijgevoegd.
Uiteindelijk werden dus 'frequentie van het gebed, graad van religiositeit, frequentie van deelname in religieuze diensten en belang van religie in het leven' opgenomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten