Op de bijeenkomst werden twee teksten besproken, namelijk die over de ESS questionnaire en de tekst over 'Gedoemd tot inter- en intralevensbeschouwelijk divers samenleven'.
Ik heb tijdens deze bijeenkomst over het leeronderzoek bijgeleerd dat er weinig data en informatie beschikbaar is over de levensbeschouwing van 21-jarigen. Het is dus vooral een exploratief en longitudinaal onderzoek.
Eerst moet men de literatuur bestuderen om te zien welke surveys er al bestaan.
Iedereen probeert uniek te zijn in hun vragenlijst. Dit zorgt ervoor dat surveys niet vergelijkbaar zijn.
Er is ook duidelijk gemaakt hoe gevoelig het is om levensbeschouwing te bevragen.
Het onderzoek zal niet helemaal kwalitatief of kwantitatief zijn, maar eerder mixed methods gebruiken.
Reflectie is zeer belangrijk. Je moet op het einde van het leeronderzoek kritiekpunten kunnen opsommen voor eventuele vervolgstudies.
Er bestaat nog geen vragenlijst over levensbeschouwing voor personen onder 45 jaar. Daarvoor wordt in dit leeronderzoek de cohorte van digital natives onderzocht.
1. ESS questionnaire
Een voordeel van deze tekst is dat het over de lage landen gaat en het denkproces bij het maken van een vragenlijst toont. De tekst toont aan welke aspecten gedacht moeten worden bij het maken van een vragenlijst. Het laat zien hoe men tot de vragenlijst is gekomen.
De tekst is niet louter theoretisch, maar ook empirisch.
De bijgevoegde bibliografie met bronnen is ook handig voor het opstellen van onze eigen vragenlijst.
Ik heb van de tekst geleerd dat er verschillende dimensies en definities van religie zijn.
De rol van dimensies door de gevoeligheid van het onderwerp is ook zeer belangrijk.
Vervolgens heb ik geleerd dat het onderwerp zeer tijdsgebonden is en gevoelig voor maatschappelijke tendensen.
Impliciete religie is voor onze vragenlijst relevanter dan civiele religie, omdat civiele religie minder van toepassing is in België.
In Vlaanderen is het verwoordingseffect zeer belangrijk. Mensen moeten het gevoel hebben dat ze serieus genomen worden.
Het is ook belangrijk voor ons onderzoek om te zien hoe religie nog een rol speelt in tradities.
Is er een soort believing without belonging? Er is namelijk een spanning tussen persoonlijke en geïnstitutionaliseerde religie. Dit is interessant om in de vragenlijst te verwerken. Veel levenskeuzes zijn namelijk gestuurd door belonging. Zo is een kleuterschool belangrijk voor een traditioneel kader.
Believing betekent geloofsinhoud en belonging betekent tot welke strekking men behoort.
De vragenlijst moet uitgetest worden om bijvoorbeeld contexteffecten eruit te kunnen halen. Er zijn namelijk statistische analysemethoden om dit te kunnen meten. Ook de volgorde van de vragen is zeer belangrijk.
De vragenlijst moet ook theoretisch onderbouwd zijn.
Elke mens heeft ultimate concerns, maar hoe kunnen we die meten?
Bij secularity one is het geloof of religie teruggedrongen naar de privésfeer.
Bij secularity two zijn er zelfs nog in de privésfeer moeilijkheden om over levensbeschouwing te praten.
Secularity three zijn de conditions of believe en non-believe, namelijk hoe men gaat van een samenleving waarin geloof vanzelfsprekend is naar een samenleving waar er zelfs moeilijk over gepraat wordt.
2. Gedoemd tot inter- en intralevensbeschouwelijk samenleven.
Nederlanders komen uit een protestantse situatie, terwijl wij uit een katholieke situatie komen.
Er is een razendsnelle transitie gebeurt van zuiver katholiek en weinig diversiteit naar emancipatiebewegingen. Er kwam een periode waarin mensen zich losmaakte van de kerk.
Kerkbetrokkenheid en affiliatie zijn verschillend van participatie.
Er zijn ook zeer veel statistieken die gemanipuleerd worden.
Tijdens de periode van ontvoogding kwam er een dip in levensbeschouwing.
Bij de massakerkcohorte was er geen plaats voor individualiteit. De Kerk regelde alles van wieg tot graf. Daarna kwam er een generatie die zich ontvoogde en kwam er een kloof tussen normen en waarden.
Is het individu of de gemeenschap het belangrijkst? Hoe moet men individualiteit in de samenleving brengen? Hierdoor is men beginnen te experimenteren, zoals echtscheidingswetten aanpassen.
Mensen die zich nu in de massakerkcohorte bevinden haken af, omdat de Kerk zich probeert aan te passen. Een voorbeeld hiervan is dat de priester nu met zijn gezicht naar het publiek staat in de mis.
Een cohorte heeft ook met culturele invloeden te maken en is daardoor rekbaarder dan 'generatie'.
Het moeilijke debat over levensbeschouwing heeft te maken met de snelle transitiebeweging.
Elke cohorte heeft een aparte blueprint. Dit beïnvloedt hoe men zichzelf in de cohorte bekijkt. De verschillende cohortes kijken bijvoorbeeld anders naar mediagebruik.
Levensbeschouwing heeft momenteel een functieverlies, maar geen betekenisverlies geleden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten