Dit bericht gaat over het vervolg van de tekst van Verhaest en Verté 'Hedendaags zingeven in Vlaanderen'.
Onderzoeksvraag 3: demografische verschillen
De derde onderzoeksvraag is: 'Verschillen de bekomen profielen naar demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, opleiding en zelf aangegeven levensbeschouwing?'. Elk van de demografische variabelen verschilt significant voor de 10 clusters.
Algemene bevindingen
Er is een indeling in levensbeschouwelijke groepen te onderkennen op basis van de cognitieve component van het model van persoonlijke zingeving. Deze profielen verschillen van elkaar in motivationele en affectieve oriëntatie, alsook in zingevend gedrag. Demografisch zijn de groepen ook van elkaar te onderscheiden. Er is een tabel op p. 19 met een overzicht van waarden en kenmerken per cluster.
Cluster 1 zijn overtuigd traditioneel gelovigen. Deze zijn voornamelijk katholiek, vaker ouder, vrouw en laaggeschoold. Ze zijn behoudsgezind en zingevende bronnen zijn voor hen vooral collectivistische en zelftranscendente bronnen.
Cluster 2 zijn voornamelijk katholiek, eerder oudere mensen en laaggeschoolden. Men wijst elke vorm van alternatieve geloofsovertuiging af. Collectivistische en zelftranscendente bronnen zijn belangrijke zingevers.
Cluster 3 zijn humanisten. Ze duiden zichzelf aan als vrijzinnig of atheïstisch, terwijl demografische kenmerken uiteenlopend zijn. Zingevend zijn vooral de persoonlijke verwezenlijkingen, groei en ontwikkeling.
Cluster 4 zijn nihilisten. Deze bevat meer mensen in de middenleeftijd, meer mannen en iets meer hooggeschoolden. Ze noemen zichzelf vrijzinnig of atheïstisch of zeggen onverschillig te staan ten aanzien van levensbeschouwing. Er is een gering belang aan rituelen. Zingeving wordt niet echt gevonden in activiteiten, terwijl vele bronnen opvallend minder zingevend zijn in vergelijking met andere groepen.
Cluster 5 zijn cynici. Ze beschouwen zichzelf als vrijzinnig, atheïstisch of onverschillig ten aanzien van levensbeschouwelijke kwesties en is demografisch vooral gekenmerkt door een groter aandeel mannen en hoger opleidingsniveau. Ze combineert een nihilistische en wereldlijk wereldbeeld. Blijvende waarden en idealen en bezig zijn met maatschappelijke problemen zijn zingevers voor deze groep.
Cluster 6 is spirituele compensatie en bevat meer jonge mensen en vrouwen. Ze benoemen zichzelf katholiek of hebben een eigen geloof gemaakt. Men is gemiddeld wereldlijk en nihilistisch ingesteld, met een grote aantrekkingskracht tot alternatieve geloofsovertuigingen. Zin zoeken deze mensen niet uitgesproken in welbepaalde bronnen, maar persoonlijke verwezenlijkingen zijn evenwel zinvol.
Cluster 7 is spirituele optimalisatie. Deze groep bevindt zich vooral in de middenleeftijd en hoger en universitair geschoolden zijn oververtegenwoordigd. Men beschrijft zich als vrijzinnig, agnostisch, humanistisch of met een 'eigen gemaakt geloof'. Individualistische bronnen, altruïsme en collectivistische waarden zijn belangrijk in het geven van zin.
Cluster 8 zijn transreligieuzen. Deze groep bevat minder ouderen, meer vrouwen en is eerder hoger opgeleid. Ze beschouwen zichzelf als katholiek, christelijk of hebben een eigen geloof gemaakt. Het zingevingspalet bestaat uit meer uitgesproken bronnen dan gemiddeld. Alles wordt als het ware als zinvol aangezien.
Cluster 9 zijn individualistische zinzoekers. Demografisch bevat deze groep iets meer jonge mensen. De zelf aangegeven levensbeschouwing is katholiek, christelijk of een eigen geloof. Het wijst alternatieve geloofsovertuigingen af. Het zingevingspalet kenmerkt zich door het ontbreken van duidelijke bronnen. Zowat elke bron wordt als minder zingevend ervaren in vergelijking met andere groepen.
Cluster 10 zijn individualistische hedonisten. Deze groep bevat demografisch meer jonge mensen en iets meer mannen. Men omschrijft zichzelf eerder als vrijzinnig, agnostisch, atheïstisch of onverschillig ten aanzien van levensbeschouwing. De groep kenmerkt zich door afwijzing van transcendentie, alternatieve geloofsovertuigingen en rituelen. Er is weinig sprake van een uitgesproken zingevingspalet. Vele bronnen worden als significant minder zingevend ervaren in vergelijking met andere groepen.
Besluit
De verschillende combinaties die mensen maken tussen een wereldgeoriënteerd, een transcendent en een nihilistisch wereldbeeld, al dan niet aangevuld met een openheid naar alternatieve overtuigingen, leveren 10 duidelijk te onderscheiden groepen op. Transcendentie in het wereldbeeld wordt enkel bij de 'uitgesproken traditioneel gelovigen' en de 'traditioneel gelovigen' meer vastgesteld dan bij de andere groepen. Het bestaan van een God wordt hier als zingevend vooropgesteld.
Overtuigd traditioneel gelovigen, humanisten, cynici en spirituele optimalisatie onderschrijven humanistische waarden. Individualistische hedonisten, individualistische zinzoekers, traditioneel gelovigen, spirituele compensatie en transreligieuzen zijn minder humanistisch georiënteerd. Nihilisten, individualistische zinzoekers en hedonisten hechten minder belang aan verbondenheid met anderen. Affectief zijn er weinig verschillen. Eigenwaarde is enkel bij de overtuigd traditioneel gelovigen significant hoger en bij de individualistische zinzoekers lager. De bronnen waarop mensen zich beroepen om zin te geven in het dagelijks leven, zijn niet enkel verschillend in aard, maar ook in aantal. Het bricolage-idee vertrekt van de individuele combinatie van preferenties inzake zingeving.
Er werd een indeling in levensbeschouwelijke groepen gevonden die de traditionele kaders overstijgt. Levensbeschouwingen die traditioneel confessioneel en niet-confessioneel zijn, kruisen elkaar weinig in de 10 groepen die ontstaan zijn op basis van de cognitieve component, maar verschillen intern wel van elkaar voor wat betreft de motivationele, affectieve en gedragscomponent inzake zingeving. Demografische verschillen lijken bovendien de verdere opdeling in groepen mede te bepalen, en dus ook de inhoud en omvang van het individuele keuzepalet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten