Dit bericht gaat over hoofdstuk vijf van Dierickx 'Religieuze ervaring, religiositeit en spiritualiteit'.
Religie wordt onderzocht als het religieuze handelen van individuen en meer bepaald als de participatie van individuen aan een religieuze gemeenschap.
Multidimensionaliteit van participatie
De participatie aan religie vertoont verschillende aspecten of dimensies en vereist daardoor een multidimensionale analyse. Zo onderscheidt Glock vijf dimensies van participatie: rituele, motivationele, spirituele en sociale/politieke. Tussen deze dimensies van religieuze participatie zullen sterke verbanden optreden. Veel auteurs zijn het niet eens over de dimensionaliteit van het religieuze handelen. Hier worden de dimensies van Glock behouden. Sceptische waarnemers wijzen graag op de discrepantie tussen de verschillende dimensies van religieuze participatie.
De religieuze praktijk is de participatie aan kerkelijke rituelen en andere communicatieprocessen. Zo'n communicatieprocessen leiden tot gemeenschapsvorming met een eigen cultuur. Het spirituele/ideologische is volgens velen het meest 'religieuze' aspect van het religieuze handelen.
Multidimensionaliteit en beschrijving
Het onderscheid tussen deze dimensies is nuttig vanuit een beschrijvend perspectief, omdat ze een verschillende evolutie doormaken. Rituele participatie heeft sinds de jaren '60 een terugloop gekend in België en Nederland. Spirituele participatie loopt niet meer terug. Culturele participatie verzwakt minder snel dan rituele. Ten slotte staan in primitieve religies de collectieve rituelen centraal.
Multidimensionaliteit en verklaring
Beïnvloeden de verschillende dimensies elkaar? De rituele participatie is in grote mate de voorwaarde en het draagvlak voor het culturele. De rituele participatie is een communicatieproces waarin een religieuze cultuur wordt meegedeeld. De verzwakking van de rituele participatie is een gevolg van een voorafgaande verzwakking van de spirituele. De kwaliteit van het rituele wordt afgewogen en is een voorwaarde voor een goede spirituele participatie. De rituele participatie heeft nochtans minder een spiritueel draagvlak. De rituele participatie vormt het draagvlak van de spirituele.
Inglehart en Norris stellen dat mensen in welvarende landen met existentiële veiligheid minder behoefte voelen voor spirituele participatie, minder meedoen aan rituele participatie en hun culturele participatie laten verschralen. Spirituele participatie gaat samen met sociale en politieke inzet.
Benaderingen van spirituele participatie
Religiositeit is een term die verwijst naar gebed, religieuze ervaring, mystiek, dus naar gevoelens en attitudes die uiterst subjectief zijn. Deze term maakt abstractie van de specifieke spiritualiteit die aan een religieuze traditie verbonden is. Spiritualiteit gebruiken we om te spreken over een religiositeit die specifiek is voor een religieuze gemeenschap en traditie. Oosterse en westerse spiritualiteiten hebben een specifieke religieuze cultuur en rituelen. De religieuze spiritualiteit is een kwestie van individueel gevoel en ervaring. Die ervaring zou bepaald worden door fysiologische en psychologische gegevenheden waarvan het individu geen weet heeft. Godsdienstsociologie ziet religie als een ideologie en volgens godsdienstpsychologen moet deze ideologie buiten beschouwing gelaten worden. Godsdienstpsychologen zoeken naar de oorzaken en gevolgen van religie.
Beschrijving van de religieuze ervaring
Een beschrijving van de religieuze ervaring zou moeten beginnen met het onderscheiden van verschillende niveau's. De fenomenologische methode begint met een zuiver kwalitatieve beschrijving die alle vooronderstellingen betreffende de oorzaken en de gevolgen van het te beschrijven verschijnsel wil vermijden.
Volgens James vertoont de mystieke ervaring de volgende kenmerken: onuitsprekelijk, openbarend, voorbijgaand, overweldigend en verrassend. Hij maakt ook het onderscheid tussen de mystieke ervaring van de gezonde geest en die van de zieke ziel. De ene geniet ervan en de andere kan er pas van genieten na een intense ervaring van het kwade. Volgens hem wordt het menselijke bewustzijn gedragen door een onderbewustzijn dat soms tot het bewustzijn doordringt. Intense religiositeit gaat ook samen met opgewektheid, zinvolheid en moed.
Latere fenomenologische auteurs onderstrepen dat religieuze ervaring een intentionaliteit heeft en gericht is op het andere dan het actieve individu. Ze is altijd gericht op een object (God). Iedere menselijke activiteit is gericht op iets buiten of boven het individu, maar in het geval van religieuze ervaring overstijgt dit transcendente de hele menselijke leefwereld. De ultieme werkelijkheid moet zich openbaren. Alle pogingen om deze ervaring te verwoorden zullen mislukken. Het mysterie roept eerbied op en nodigt uit tot verlangen. De ware religieuze ervaring komt van buiten en heeft iets openbarend. De psychologische ontwikkeling schept een predispositie tot religieuze ervaring, maar deze wordt toch als overweldigend ervaren. De fenomenologische benadering beweert te kunnen doorstoten tot een transcendente werkelijkheid die het eigen ervarende subject overstijgt. Religieuze ervaringen zijn niet zuiver subjectief. Ten slotte zijn gegevens over de evolutie van spiritualiteit gemakkelijker te vinden dan gegevens over de evolutie van religiositeit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten